Voorproefje :)











Afgelopen donderdag was het dan zo ver. Ik mocht mijn boek ophalen bij de uitgever. Half Amsterdam ziet eruit als Bagdad, waardoor de tram moest omrijden en ik een half uur later aankwam dan afgesproken. Ik begroette Jelte zoals ik altijd doe; hand omhoog ‘hoi’, en ietwat stuntelig plantten we ergens op elkaars gezicht drie kussen. ‘Kom, maar naar boven, daar ligt je boek.’ We liepen de trap op. Jelte voorop, want hij wilde natuurlijk mijn reactie zien. Bibberend zetten ik mijn voeten op de treden. ‘Ben je er klaar voor?’ vroeg hij. Voor de zoveelste keer haalde hij zijn hand door zijn haar. Als moeder heb je bij die gozer de neiging een speldje in zijn haar te doen en ‘niet meer aankomen Jelte!’ te zeggen.
Daar lag dan mijn boek, op een tafeltje tussen twee grote boekenkasten in. Er galmde ‘halleluja’ door het pandje op de Herengracht. De nieuwe bijbel voor werkend moeders was een feit. Nerveus pakte ik het boek van tafel. Met mijn vingertoppen streelde ik de übergeile cover van het boek. Vlinders in mijn buik. Toen ik mijn ogen opendeed zag de wereld er eventjes heel wazig uit. Het boek was warm op de plek waar ik het stevig vast had gehouden. Het lichtte nog net niet op. Of wel. Ik weet het niet meer, maar het had iets magisch in ieder geval. Ik plofte neer in de stoeltjes die daar stonden, want het voelde een beetje alsof ik een baby vasthield en ik was bang dat ik het zou laten vallen. Dat moment dat je voor het eerst je eigen boek krijgt aangereikt. Priceless mensen.
Achteloos bladerde ik in mijn eigen boek en snoof de geur van vers gedrukte bladzijden op. Voor de zekerheid checkte ik of mijn naam goed gespeld was en of er geen tikfouten in de titel of op de flaptekst stonden. Het boek is sinds afgelopen donderdag te koop. Hoeveel mensen hebben het gekocht? Gekregen? Hoeveel mensen zullen het nog kopen? Vinden ze het een leuk boek? Moeten ze lachen? Huilen? Zullen ze het boek gebruiken om een gammele tafelpoot mee te stutten? Of om een kinderledikantje mee omhoog te zetten? Wordt het helemaal uitgelezen of halverwege al snel weggelegd? Hoe lang doet een lezer over het boek?
Thuis wilde ik het boek een prominente plek geven. Ik dacht aan een klein altaar met kaarsjes, omringd door papier-maché hartjes gevormd van delen van het manuscript. Maar goed, vuur en papier enzo. De cover op posterformaat af laten drukken en aan de muur hangen is ook een beetje een vreemde vorm van masturbatie dus een no go. Uiteindelijk besloten we het boek gewoon in de boekenkast te zetten. Maar waar in de boekenkast? Onze boeken zijn op kleur gesorteerd. De rug van het ‘Het handboek voor de werkende moeder’ is rood-wit. Meer rood dan wit. Maar toch. De vraag die mij al geruime tijd bezigt is tussen welke schrijvers en boeken ik ‘mezelf’ zou moeten plaatsen? Ik dacht eraan om te gaan zitten tussen het grote boek met interviews van Ischa Meijer en Het Circuskind van Irving (allen met een witte rug). Het is nog best een gepuzzel om tot een goede plek te komen
Het volgend boek krijgt een zwarte rug, zodat een plaats tussen Snowball van Buffet en Clash of civilizations van Huntington legitiem is. Maar laten we eerst de hot workin’ momma’s maar eens kennis laten maken met de nieuwe bijbel, het nieuwe kindje van ElvanB; ‘Het handboek voor de werkende moeder’.
En voordat je de vraag al stelt…het antwoord is nee. Je leven is niet compleet zonder dit boek. Dus.
Uiteindelijk belandde ik tussen een Chinees wokboek en de Tweede Sekse van De Beauvoir.

Het boek is vanaf 22 september verkrijgbaar. Maar voor diegene die zich de rit naar de boekhandel willen besparen, biedt de interwebs uitkomst. Het ‘Handboek voor de werkende moeder’ is namelijk heel makkelijk met één klik te verkrijgen via deze handige rakkers. Laat vooral weten wat jullie ervan vinden
De eerste correctieronde is achter de rug. Het is een gevecht dat je met jezelf aangaat. Voor het eerst las ik al mijn hoofdstukken achter elkaar. Het moment van lezen en corrigeren heb ik zoveel mogelijk uitgesteld. Niet alleen vind ik het vervelend om mijn eigen tekst terug te lezen, het voelt ook alsof iemand je een beetje aanrandt. Dan heb ik wekenlang zitten stoeien met tekst en heeft iemand anders ineens de beste oplossingen voor je gevonden. Die staan dan in een krabbeltje aan de zijlijn vermeld. Er staan een hoop pijltjes, vraagtekens en uitroeptekens in de correcties. En al die dingen verwijzen naar mijn tekst. Heel confronterend is dat. Als schrijver ben je uiteraard vrij om de aanbevelingen naast je neer te leggen, maar mijn ervaring is inmiddels dat je de correcties grotendeels overneemt.
In één alinea startte ik alle zinnen met IK. Tja, daar lees je natuurlijk overheen als je drie maanden achter elkaar last hebt van letterdiarree. Ook worden er suggesties gedaan over de opzet van je verhaal, het aftrappen van je hoofdstukken of slotstukken die uiteindelijk ook goed als opening blijken. Zelf ben ik daar hartstikke blind voor geweest.
Er wordt van alles omgegooid en in sommige stukken tref je dikke strepen door je tekst. “Waar is de relevantie?!” staat er dan. De uitroeptekens maken het soms hysterisch, maar dan vraag ik me inderdaad af wat de relevantie van dat stuk was. Blijkbaar had ik me daar volledig laten gaan.
Of er staan vraagtekens in de tekst. “Ik snap dit niet?!” staat er dan bij. “Pfff, denk ik dan. Wie snapt dat nou niet. Iedereen snapt DAT.” Maar als ik het terug lees begrijp ik weinig van mezelf. Dan vraag ik me af wat mij bezielde toen ik dat aan het tikken was. Daarom respect voor iedereen die er een satanisch genoegen in schept om andermans tekst te lezen en nog eens te lezen en nog eens te lezen en vervolgens daarin te krassen, aanbevelingen te doen of alternatieven voor te leggen. Ik wis liever stukken dan dat ik, hangend met een peuk onder de afzuigkap, mezelf pijnig en afvraag wat ik in hemelsnaam met sommige delen bedoelde. Als ik het al niet begrijp dan zal de lezer er helemaal niets van snappen.
De eerste correctieronde is achter de rug. Het opgeschoonde manuscript is weer in mijn bezit. Deze week krijg ik de tweede correcties gemaild van de persklaarmaker. Die correcties moeten komend weekend verwerkt en terug gemaild worden. Al die correcties, daar word ik heel nerveus van. Bij elke tweet, facebookstatusupdate en mail die ik eruit gooi, kijk ik of ik alles wel goed en correct geschreven heb. Ik word zelfs hartstikke nerveus van dit bericht.
Het ziet er naar uit dat er vaart komt in het redigeren van ruim 57.000 woorden. Nadat ik de 10 hoofdstukken had gemaild, kreeg ik direct een schema terug van de redacteur.
Vanaf de eerste correctie tot aan het moment dat het boek in de winkel komt zit anderhalve maand. Donderdag, op de dag dat mijn suikerklontje en ik vijf jaar zijn getrouwd, ontvang ik van de uitgever de kopij met correcties. Dat wordt naar verwachting een beetje een rotklus. Niet omdat ik het doorvoeren van correcties zo erg vind, of dat andere mijn werk zitten te beoordelen, maar dat ik wederom weer mijn eigen tekst moet gaan zitten lezen.
Jullie begrijpen dat er op 7 juli weinig gecorrigeerd zal worden van mijn kant. Wedding anniversary enzo. Op zo’n dag doen wij wat alle stelletjes doen die vijf jaar getrouwd zijn. Naakt aan de hanglamp door de slaapkamer zwieren. De dag erop heb ik vrij genomen om het feest van zaterdag voor te bereiden. Ja, zaterdag geef ik een feestje. Getrouwd, verjaard, we vieren op één dan van het jaar alles in huize ElvanB. Traditie. Echter moet dat volledig geredigeerde manuscript in de derde week van juli bij de uitgever zijn.
We maken ons geen zorgen. ‘Ach, die correcties voor je gewoon een avond voor verzending door,’ aldus Nils, de man waar ik inmiddels vijf jaar mee getrouwd ben. Als ik die correcties doorgevoerd heb, gaat de hele zooi weer terug naar de uitgever. Daar zal een persklaarmaker alles even doorlezen en hier en daar wat puntkommafouten opmerken.
Vervolgens krijg ik dat volledige pakket weer terug en stuur ik de doorgevoerde correcties weer terug naar de uitgever. Dan komt er een eerste proef. Daarop gaat er een schoon bestand naar de drukker en ligt in de derde week van september mijn boek in de winkels. Diezelfde periode ga ik collecteren voor het kankerfonds. Wellicht dat ik tegelijkertijd mijn eigen boeken ga venten. ‘Heeft u wat over voor KWF? En..uhm…heeft u dit boek al?’ Oh, oh, oh El, wat ben je toch een trieste commerciële vogel.
Ik ga als een malle mijn lokale boekenwinkel bellen en een etalage leeglullen, zodat ik mijn spulletjes daarin kan stallen. Ik denk wel dat ze dat leuk vinden, lokale schrijvers steunen enzo. En laten we wel wezen, ik woon in hetzelfde dorp als waar ik geboren en getrouwd ben. Jarenlang heb ik bij de plaatselijke bakker gewerkt en de moeder van Jack de Vries elke zaterdagochtend voorzien van tompouces. Het is zo kneuterig dat het bijna eng is.
Ik vraag me af of ik mijn eigen boek ga lezen. Dat doe ik namelijk nooit, iets teruglezen. Ook niet met artikelen die ik op de redactie schrijf. Ik ken journalisten die hun eigen werk graag teruglezen, een vorm van intellectuele masturbatie. Dan roepen ze ‘Jezus, wat een geile zin! Wat een enorm sexy intro’. Ik heb dat niet. Het komt ook een beetje door de angst dat je fouten tegenkomt. Dat je ineens, ‘ik wordt’ met dt ziet staan ofzo. Of dat je de naam van je eigen kind verkeerd hebt gespeld. OMG. Maar van binnen knal ik uit elkaar van trots. Dan lijkt het even alsof de wereld te klein voor je is.
Ik zal er wel aan ruiken. Elke dag. En ja, dat is de derde alinea die ik met ‘ik’ begin.
Dat boek zit samen met mij ook op Facebook. Bij elke like die erbij komt, neemt de armoede in de wereld af, krijgen arme Aziatische weesjes een fijne kerst dit jaar en kunnen we strakjes eindeloos ouwehoeren over dat fantastische boek.
Het handboek van de werkende moeder is wat mij betreft een geslaagd project. Het definitieve resultaat laat nog eventjes op zich wachten. Totdat het zover is ga ik even feest vieren. Oh ja, ik zoek nog een partytent 4m x 4m. Als je wat moois in de aanbieding hebt, geef dan maar een gil.

Ik ben klaar. Nou ja..niet helemaal, maar eigenlijk ook wel. Ik heb alle tien hoofdstukken naar mijn redacteur gestuurd. In totaal zijn dat 55.888 woorden. De inleiding, het dankwoord en een overzicht van bronnen en andere handige links moet ik nog opsturen. Een deel daarvan heb ik echter af. Ik kom in totaal nu op 57.000 woorden. De volgende dag kreeg ik antwoord: “GEFELICITEERD, REST VAN HET VOORSCHOT KOMT ERAAN”.
Zondagnacht om 03.30 heb ik alle hoofdstukken naar LJ Veen gemaild. Dat MOEST gebeuren, omdat ik anders de dagen erop, in plaats van op het strand, zwetend op een zolderkamertje had gezeten. Maandochtend lag ik te bakken op het strand van Bakkum samen met Esther. Daar hebben we navel- en cellulitismonologen gehouden. Toen we de zee indoken, zagen we ineens een zeehond. We riepen nog heel hard ‘een haai, een haai!’, maar niemand die reageerde. We lagen tussen suïcidaal volk dat ‘Oh tof, even kijken’ zei. Mijn dochter had ik overigens al bij mijn moeder gedumpt. Oma’s en kleinkinderen, dat gaat altijd goed.
Nils vond de prestatie van tien hoofdstukken een borrel en een etentje waard, waarop we gisteravond naar het strand togen. Ik nam een Solletje. En nog één. We zaten nog maar een uur bij Timboektoe of ik wilde al naar huis. Slapen. Zo lang en zoveel mogelijk. Vanuit het niets voelde ik me uitgeput. Vier maanden fulltime schrijven, werken en kind&man in leven hakten er maandagavond flink in. Ik ben om 21 uur in bed gestapt en in direct slaap gevallen.
Vanochtend werd ik wakker en verveelde me te pletter. Gestopt met bloggen voor Viva, columns voor Viva Mama en het einde van dit boek. Geen idee wat ik moet doen. Voor het eerst in 3,5 jaar heb ik geen moer om handen na de 32 uur die ik al op de Zuidas doorbreng. Zo voelen gepensioneerden zich dus.
Ik denk dat ik dit weekend een longboard ga kopen.