Dappere Dave
Voor het eerst in twee jaar ben ik naar een andere kapper geweest. Het is alweer een tijdje geleden en dat maakt het nu zo moeilijk. Sindsdien durfde ik niet meer bij mijn huidige kapper langs te gaan. Het voelt namelijk een beetje als vreemdgaan, alsof je je best vriend voorliegt. Mijn kapper, Dappere Dave, is de beroerdste niet. “Wie heeft dit geknipt?!” vroeg hij toen hij met zijn rechterhand over mijn haar streek. “Iemand uit Heemstede,” zei ik. “Wat moet je daar nou weer?” reageerde Dave en knikte mijn nek in een onmogelijke houding. “Ja, mijn man wordt daar ook geknipt en ik wilde gewoon even wat anders proberen,” antwoordde ik een beetje suf. Dave rolde met zijn ogen. Heemstede.
Ik kom uit een dorpje aan de kust en ga altijd naar de kapper in de stad dat vlak aan ons dorpje grenst. Het bevindt zich in een volksbuurtje. Ik kan nu natuurlijk een heel romantisch beeld van die buurt schetsen, maar het is lange tijd een volledige kutbuurt geweest. Dappere Dave heeft zich samen met zijn vader destijds staande gehouden. Zijn moeder wast, föhnt, zet permanentjes en verft, zijn vader knipt alle grijze bollen. Dave knipt alles met een polsslag. Terwijl Dave knipt, lopen er bejaarden in en uit. Ze maken een praatjes en vertellen wat over afgelopen weekend. Dave maakt af en toe een grapje, blert soms wat naar slechthorenden om vervolgens vloekend weer de schaar in mijn haar te zetten. Mijn haar was ik altijd thuis want Dave houdt ervan om droog te knippen. Daar kun je hele psychologische profielen over schrijven, maar mijn kapper houdt gewoon van droog.
Mijn kin rust op mijn borst en ik kijk naar de grond. De plinten zitten een beetje los. Het doet mij denken aan de flat waar ik met mijn ouders in woonde. Daar mankeerde op den duur ook van alles aan. Maar hoe vaker je er naar keek, hoe blinder je werd voor de aftakeling. Als ik via de spiegel de rest in me opneem, zie ik dat die hele tent eigenlijk een make over nodig heeft. Tenminste, als ze al die hippe kniptoko’s in de grote steden willen bijbenen. Maar gelukkig zitten we daar ver vanaf. Dave en ik hebben het gelukkig niet over vakanties, over wat voor werk ik doe of over De Wereld Draait Door. We zeggen eigenlijk heel weinig. Soms moet ik gaan staan en met mijn hoofd schudden. Een bob knippen is precisiewerk. Alsof je een bom ontmantelt. Eén verkeerde beweging en ik moet de rest van het jaar met een zak over mijn hoofd door het leven. Dave is in staat mij te straffen.
“En? Vind je het wat?” vraagt Dave. In de spiegel zie ik een make-uploos gezicht en een loepzuivere bob. Loepzuiver! Hij loopt met een spiegel rond mijn hoofd. “Mag ie iets korter?”vraag ik en zie dat Dave zijn wangen met lucht vult. Ik vraag of ik zijn schema in de war heb gegooid. “Dat schema heb ik allang opgegeven,” zegt hij en drukt mij terug in de stoel. Ik hoor de tondeuse in mijn nek zoemen. De klant die na mij door hem geknipt wordt zit al 20 minuten lang de leesmap te lezen. Niemand die klaagt, niemand die zeurt. Zijn vader veegt de ruimte op de basmaat van het liedje op de radio. Als Dave klaar is zie ik in de spiegel de mooiste bob ooit. “Wij hebben een verbond, vergeet dat niet,” zegt Dave terwijl hij mijn knipcape afdoet. Het slippertje is mij vergeven.
Aan de kassa reken ik twee tientjes af. De prijs verschilt regelmatig. De ene keer betaal ik 23 euro, de ander keer 19 euro. Mij hoor je er niet over. Nergens over. Niet over het plastic bekertje koffie, het rommeltje op de werkbank, het getetter van de bejaarden uit de buurt, de oude permanentkappen en droogblazers. De komende tijd hou ik wijs mijn mond. Dave zou zo maar eens wild met die tondeuse kunnen doen.



Wow… mooi!!