Mama is boos
Afgelopen week las ik een interview met Heidi Klum. “Mijn man en ik doen ons best om de kinderen goede manieren bij te brengen,” zei ze. Ik voelde gelijk een intense band met haar. Want ook ik probeer de opvoeding van ons kind niet te verkloten.
Plunderaars
Nu raak ik weinig geïntimideerd door het goddelijk strakke lichaam van Klum. Want wie mij eens goed bekeken heeft kan slechts beamen dat ook ik zo’n waanzinnig strak lijf heb. Trek een zak over mijn hoofd en je ziet werkelijk waar geen verschil. Enfin, de kinderen van Klum dus. Zo eerlijk zag je bekende onderbroekmodellen nooit. Ze proberen hun vier bloedjes van kinderen fatsoensnormen bij te brengen.
De best testcases zijn toch altijd de supermarkt, in een drukke bus, in de wachtkamer van de huisarts en bij andere mensen thuis. Er wordt niet gegraaid in chipsbakken, er worden geen rekken cola omgetrokken, folders van de wachtkamertafel geveegd of tegen de rug van andermans stoel aangetrapt. Lijkt mij allemaal heel simpel. Irem denkt daar anders over, die is sinds kort op slooptoer. Na een half uur in de supermarkt ziet de Vomar eruit als Bagdad. Bij de huisarts interesseert de speelhoek haar niets. Liever scheurt ze Mijn Geheim in stukjes of klimt in de folderrekken.
Donderwolken
In het begin was ik nog zo’n aardige lieve moeder en sprak op een neutrale doch strenge toon. ‘Irem, niet doen. Kom eens bij mij zitten.’ Daarop volgt een rits pedagogisch in elkaar gestoken zinnen. Alsof ze dat hoort. Bij de huisarts loopt ze, stampend op andermans tenen, rondjes om de wachtkamertafel en in de supermarkt trek ik zuchtend mijn kind uit melkrekken. Het werd tijd voor een andere tactiek. Mijn fluweelzachte stem heeft inmiddels plaatsgemaakt voor een harde barse variant. Met één opgetrokken wenkbrauw dwing ik mensen moeiteloos op de knieën.
Ik krijg nu met gemak een heel Noord-Koreaans leger in het gelid. Als ik over het tuinpad loop, sturen alle buren hun kinderen naar binnen en vallen de rolgordijnen uit. Mensen die hun hond uit laten lopen een blokje om en donderwolken pakken zich boven mijn hoofd samen. Behalve Irem, die negeert al huppelend mijn verzoekjes, vragen en bevelen. De laatste keer dat ik haar laaiend de gang op stuurde, vond ik haar dansend met mijn schoenen aan terug, “Mama se, mama sa, mama boos…


