Kotsmisselijk
Afgelopen week werd Irem ’s nachts kotsend wakker. Midden in de nacht stonden we vloeren te dweilen, wasjes te draaien en eindigden we onder de douche.
Facebookspelletjes
Wanneer het kind ziek is draait dit gezin als een geoliede machine. Er wordt niet gejammerd over wie eruit moet of wie die poepluier moet verschonen. De zaak wordt vakkundig aangepakt. Er wordt schoongemaakt en vieze geurtjes worden binnen afzienbare tijd verdreven. Als Irem dan alweer slaapt, zitten wij klaarwakker om 4 uur midden in de nacht Facebookspelletjes te doen. “Heb jij al slaap? Of zullen we Dexter afkijken?”
De volgende dag bleef Nils voor de zekerheid thuis. Irem heeft toen de hele dag gekotst. Op de witte bank, op het witte kleed, op de convectorput. Toen ik thuiskwam, werd ik verwelkomd door een aroma van kots. Alsof je een dikke darm binnenwandelt. Diezelfde nacht sliep ze gelukkig goed. Met een gerust gevoel ging ik naar mijn werk. In de trein voelde ik mijn buik borrelen en werd steeds misselijker. Op mijn werk werd het erger. Ik besloot naar huis te gaan. Kotsmisselijk stapte ik in de metro. Ondertussen belde Nils, ‘El, ik bel de huisarts, want Irem reageert niet. Ze eet niet, drinkt niet en valt steeds weg.’
Gijzeling
Toen ik het tuinpad opliep, rende ik bijna door de voordeur naar binnen. Irem lag op de bank met Apie. Lusteloos en duf. De huisarts had pas over vier uur tijd. Wat?! Ik belde op en meldde dat ik er NU aankwam. In gedachten had ik de arts-assistent in de wachtkamer gegijzeld en dwong de huisarts gewapend met honkbalknuppel naar mijn kind te kijken. De assistente aan de telefoon beloofde mij dat ik over een uur terecht kon. Ondertussen dronk Irem kleine slokjes thee. Machteloos wachtten we af. Irem viel ondertussen in slaap. De huisarts belde ik af.
Allemachtig, waar drie uur slaap niet goed voor kunnen zijn. Lachend werd ze wakker. K3 werd opgezet en er werd een uur lang gedanst. Ik knapte ook aanzienlijk op en samen aten we een pakje crackers leeg. Ondertussen hoorde ik Nils boven stommelen. Een minuut later hoorde ik hem kotsen. ‘Hey El, moet je komen kijken’ zei hij zwakjes. Boven had hij op de overloop de deur van de badkamer en het stucwerk ernaast volledig ondergekotst. Ik stond boven aan de trap te applaudisseren. Bravo! Nils maakte een bescheiden buiging en vulde een emmer sop. ‘Gadverdegadverdegadverdamme!’ hoorde ik hem roepen.
‘Papa ook ziek?’ vroeg Irem toen ik weer beneden kwam. ‘Welnee meid, die zit zich verschrikkelijk aan te stellen,’ antwoordde ik. ‘Gadverdegadverdamme,’ zei Irem. En voor het eerst in mijn leven had ik een volwassen gesprek met mijn dochter.


