Wilde kerstplannen

Vandaag op Tweede Kerstdag had ik wilde plannen. Zoals het afstruinen van meubelboulevards en herinrichten van de slaapkamers. Uiteindelijk bleven we thuis en deden wilde spelletjes.

Stuiterbal
Nu heb ik gelukkig een kind dat zichzelf steeds beter kan vermaken. Een half uur is al lang. Vanochtend zaten we samen op de grond memoriekaartjes om te draaien. Dat kan ze wel een uur volhouden. Ik ook. Maar dan ineens is haar aandacht afgeleid en stuitert ze naar de kleurpotloden en begint te kleuren. ‘Mama ook,’ zegt ze en ik krijg en zwart kleurpotlood in mijn handen gedrukt. Samen tekenen we hartjes op het papier. Elk hartje dat ik teken wordt bekrast door Irem. Met de ene hand ondersteun ik een slaperig hoofd op de salontafel. Met de ander hand teken ik figuren. Soms gaap ik. Het is half acht en we hebben een uur geleden al ontbeten. Voor het eerst dit jaar ben ik vijf dagen achter elkaar vrij en thuis. Ik wilde deze periode aangrijpen om de logeerkamer op orde te maken, de zolder uit te mesten en voor een nieuwe bank te shoppen.

Begripvolle knikjes
Tweede Kerstdag is een perfecte dag om de meubelboulevards af te struinen. Dat is een sociale onderneming. Immers tref je daar de rest van verveeld Nederland. Zoiets schept een band. Bij de salontafels wissel ik met andere moeders met jengelende kinderen begripvolle knikjes uit, knikjes die zeggen,‘Ooit hadden we een goddelijk lijf en ’s ochtends de rust en tijd om ons feestmasker eraf te bikken.’
Nils krijgt bij de tweezitsbankenhoek bemoedigende klopjes op zijn schouder en blikken van andere vaders die zeggen, ‘als vrijgezel hadden we kunnen uitslapen, onze kater kunnen wegspelen op de PS3 en de rest van deze zondag in onze blote hol op de bank kunnen zitten en aan onze zak kunnen krabben.’ Dat geeft je als gezin het gevoel dat je er op zo’n feestdag niet alleen voorstaat. Helaas moesten we dat dit jaar aan ons voorbij laten gaan.

Brrr
Toen ik voorstelde om naar buiten te gaan, de hort op, schudde Irem vastberaden haar hoofd. Ze weest naar buiten, riep verschrikt ‘sjeeuw, brrrrr!’ en rilde daar overdreven bij. Het indobloed kruipt soms waar het niet kruipen kan. Nils keek ook angstig naar de sneeuw en gaf Irem gelijk. ‘Ja, brrr he?’ Zuchtend deed ik mijn jas uit en gooide mijn tas op de grond. Waarom kamers herdecoreren en in deze glibberkou de deur uitgaan voor een klopjacht op de perfecte bank als we deze ochtend memoriekaartjes onder het tapijt kunnen sjoelen, pianospelen en bekers melk kunnen omgooien. Die bank komt volgend jaar wel.