Een welkome onderbreking

Een mens kan gerust een halve dag thuiswerken en tegelijkertijd voor een kind zorgen. Je zet gewoon een tekenfilm op en parkeert je kind met krentjes, manderijntjes en drinken voor je breedbeeld. Hoe moeilijk kan dat zijn?

Wereldvrede
‘Toytoy’ ging aan en Irem ging in haar stoel zitten. Ik trok de laptop op schoot en besloot mijn to do list af te werken, zodat ik tijdens haar middagdutje even uitgebreid de tijd zou hebben om koffie te drinken. Het was acht uur in de ochtend en het voelde al als een gewone werkdag. Ik miste alleen mijn overdosis kranten. Normaal gesproken gaat Irem tijdens zo’n thuiswerkdag naar de oppas. Maar vandaag hadden we een sinterklaasje feestje op de agenda staan en een waterdichte planning was noodzakelijk. Ze bleef dus thuis. Gezellig!

De eerste mailtjes waren nog niet verwerkt of ik had al een snottebel aan mijn pyjamabroek hangen. ‘Mama ook kijken?’ vroeg Irem en wees naar de televisie. ‘Nee, mama moet werken schat,’ zei ik op een toon alsof ik de wereldvrede aan het bewaken was. Zo’n toon waarop Nils altijd met z’n ogen rolt en ‘pffff’ zegt. Zo’n toon waarop mijn moeder een pantoffel naar mijn hoofd zou gooien en ‘Hallo, ik vraag je wat hoor!’ zou zeggen.

Werkontwijkend gedrag
Irem kroop op de bank en ging naast me zitten. Ik probeerde door te tikken, maar dat gaat niet wanneer een klein meisje enthousiast ‘K3, K3, K3’ naast je gilt. Uiteindelijk startte ik via YouTube ‘Handjes draaien’ op en probeerde ondertussen een interview te herschrijven. Als een malle draaide Irem met haar handjes en voordat ik er erg in had, zat ze met haar pamperkontje half op mijn toetsenbord. Ik zette haar terug op de bank en zette de laptop op tafel. Irem danste door de kamer en ik besloot koffie te zetten. Terwijl het zwarte goud door de filter pruttelde, poetste ik het fornuis. Werkontwijkend gedrag noemen ze dat.

‘Handjes draaien’ ging over op ‘De politie’ en tegelijkertijd ging de telefoon, waarop ik met mijn koffie de gang op vluchtte. Met mijn telefoon aan mijn ene en mijn vinger in mijn andere oor ving ik flarden van een gesprek op. Irem had in de gaten dat ik op de gang zat en bonkte met haar knuistjes op de deur. Ik staarde naar de deur, probeerde jedi mind tricks om haar tot kalmte te manen, maar ze bleef maar schreeuwen, ‘Mama, potitie! Potitie!!’.

Realiteiszin
En als je daar zo ongewassen op de trap zit te bellen dan raakt de volledige realiteitszin je ineens. Werk en kind gaan niet samen. In ieder geval niet op dezelfde locatie. Werk moest maar wachten tot vanavond. De laptop ging uit, de televisie op mute en ik gooide de potloden op tafel. Irem sleepte een rol tekenpapier achter mij aan en installeerde haar knuffels als publiek op de tekentafel. Het was inmiddels half negen en ik had het gevoel alsof ik er al een hele werkdag op had zitten.