Rommelkonterij

Zondag is bijna standaard een wasdag. Toen ik vanochtend wakker werd, keek ik al tegen een berg strijkgoed aan. Dat ligt nu al een week op de strijkplank.

Appelstroop
Gestreken wordt er bijna niet, want dat is eigenlijk nergens voor nodig. Sommige dingen vouw je gewoon direct vanuit de droger of vanaf waslijn op en leg je in de kast. Beddengoed vouw ik nat op en hang ik over de vide. Maar dan komen de bloesjes, overhemden en nog erger, de minibloesjes met miniplooitjes. Waarom ik dat ooit gekocht heb weet ik niet, maar sinds ministrijkwerk op de plank belandde nam ik me voor nooit meer schattig plooiwerk te kopen. Nu gaat Irem nog net niet gekleed in een overall. Maar ik zie alleen maar voordelen.

Dat allemaal is nog geen ramp. Het ergste wat een mens kan kopen is een donkerbruine vloer. Je ziet er alles op. Dat wist ik natuurlijk wel, maar als je zo’n vloer in de showroom ziet, denk je ‘wow!’. Je denkt niet aan fruithageltjes, rozijntjes, melkvlekken, kruimels en kattenharen op de grond. Uiteraard hebben die planken een v-groef, zodat er van alles tussen geprakt of gewreven kan worden. Een banaan ofzo. Of heerlijke broodjes appelstroop. Dat loopt je door het hele huis. Maar goed, wij zochten destijds ook niet echt een interieur bij elkaar dat kindbestendig was. We dachten aan alles behalve kruimeltjes.

Tapijtpluisjes galore!
Zo dachten we overigens ook toen we een wit tapijt kochten. Een tapijt overigens dat na anderhalf jaar nog steeds niet is uitgelopen, vandaag de dag schitteren de wortel- en sperzieboonvlekken er ook nog eens in. Tapijtpluisjes galore. Stofzuigen moeten we daarom elke dag. En dweilen bijna ook. Want Irem likt graag de fruithageltjes en rozijntjes van de grond. Soms likt ze voor de lol een hele plank schoon. Je zou dat kind zo aan het werk willen zetten. ‘Goed voor de weerstand El!’ roept Nils dan vanaf de bank waar hij op de automatische piloot zestig zwarte sokken, bestaande uit twee maten, selecteert.

Het is amper tien uur en al haar speelgoed ligt verspreid door het huis. Knettergek word je ervan. Nu heb ik Irem inmiddels zover dat ze haar eigen speeltjes opruimt. Die daar, of eigenlijk zegt ze ‘dida, dida, dida,’ en daarmee gooit ze alles in de mand. Ze lacht er zelfs bij. Nils lacht mee. Ik vul lachend het koffiefilter en kan mij even geen perfectere zondagochtend wensen. Terwijl ik de vaatwasser uitruim werp ik een blik de kamer in. Over het hele vlekkentapijt liggen verschillende soorten theezakjes. De poes ligt in de speelgoedmand en de theekist ligt open en is gevuld met blokjes. ‘dida, dida, dida…’

Koffie dus.